Lowlands: Sam Fender heeft het mooiste liedje van Lowlands
‘Hij kom, hij komt’, zingt een lange jongen met vijf bier in twee handen. Tot het laatste moment hield Sam Fender Lowlands in spanning. Gaat de show door? Of zegt hij, zoals eerder deze week Sziget, last-minute af. Fans wisten hoe laat het was: ook Werchter (2022), Pinkpop (2019) en Down The Rabbit Hole (2019) werden op het laatste moment afgezegd. Stemproblemen. Of speelt er meer? Maar vandaag is hij er en begint met wat vervreemdend gemompel. Hij vraagt of mensen paddenstoelen hebben (zo ja, gooi!). Vanaf het moment dat Fender de snaren van zijn Fender aanslaat, is het voor iedere aanwezige duidelijk: zijn talent maakt alles goed.

Sam Fender ziet er stoer uit. Een posterjongen, met het postuur van een rugbyspeler. Hij komt uit het Britse North Shields, uit een arbeiderswijk. In zijn jeugd zag hij genoeg om zijn tweede album vol te schrijven. Seventeen Going Underheet die plaat. Daarop staat gladde popmuziek, hitgevoelig materiaal, zoals George Ezra en Snow Patrol die ook kunnen schrijven. Fenders liedjes liggen zo gemakkelijk in het gehoor, dat de diepere tekstuele lagen je makkelijk kunnen ontgaan. Hij zingt over een koude september, met vuistgevechten op het strand, waarbij zijn vriend Tom in elkaar werd geslagen. Gewoon terugslaan, adviseerde zijn vader, maar de zeventienjarige Sam was te bang om die raad op te volgen. Nu, tweede helft twintig, slaat hij terug met zijn liedjes.
En die liedjes zijn bijzonder goed. Prachtig is Spit of You, een ontroerend liedje over zijn vader, met wie Fender een ingewikkelde relatie onderhoudt. ‘I can talk to anyone, I can’t talk to you’, zingt hij in een refrein dat zich direct in je hoofd nestelt. Achter Fender en zijn grote band worden honderden jeugdfoto’s geprojecteerd. Hij zingt ook over zijn moeder, die in de schulden belandt en arbeidsongeschikt wordt verklaard. In een hard punkrockmoment haalt hij uit naar de Britse regering en terwijl het podium vlammen spuwt, verhaalt Fender over hoe de zorg zijn moeder reduceert tot een getal. Na zo’n fel moment schakelt hij gemakkelijk terug met pianoballade Alright. Fender zingt het loepzuiver. Van stemproblemen is niets te merken.
Misschien heeft Fender wel het mooiste liedje van Lowlands. Hij sluit er zijn gloeiende optreden in de Bravo mee af. Seventeen Going Under start maximaal euforisch en dan hakt er, na het refrein, een saxofoon in. Een partij die doet denken aan Clarence Clemons. Die Bruce Springsteen-referentie is geen toeval: Fender vertelt vaak hoe hij geraakt wordt door de muziek van Springsteen. Hij eert zijn held respectvol, plaatst zijn liedjes ernaast. Hij boeit er jong en oud mee, wat een mooi recept kan zijn voor een headline-positie, hoewel hem dat lijkt te ontgaan. Alles zingt hij met gesloten ogen en terwijl de lichten aangaan en Sabotage van de Beastie Boys wordt ingezet, blijft het publiek nog een minuut nazingen. Dat zag Fender zeker. Zijn laatste blik straalt van geluk.
Dit artikel verscheen op 20 augustus bij OOR.