In oktober 2020 kwam dit voorbij tijdens mijn lessen aan de brugklas.

Waarom? Lesboeken geschiedenis bevatten soms moeilijke teksten. Deze les was opgebouwd rondom het oude Egypte, in het bijzonder de term “irrigatielandbouw”. Wat een term is dat, irrigatielandbouw. Ik snap dat leerlingen van elf of twaalf jaar, zeker als er thuis geen Nederlands gesproken wordt, daar moeite mee hebben. 

Enerzijds maak ik me zorgen over de afnemende leesvaardigheid bij leerlingen (zie de Pisa onderzoeken, Arjan Lubach vertelt daar ook leuk over). Anderzijds wil ik dat taal leerlingen niet in de weg staat om een beeld te construeren over het verleden. Met visualisaties probeer ik stof aanschouwelijk te maken voor mijn leerlingen. Beeldtaal is ook taal. Wellicht dat een term als “irrigatielandbouw” zo beter verwerkt kan worden. Voor leerlingen kan het ook werken als extra geheugensteun. 

Daarnaast denk ik dat creativiteit in het onderwijs een ondergewaardeerde competentie is. Een competentie die leerlingen goed kunnen gebruiken in de maatschappij van morgen. Creativiteit is overal om ons heen. We geven les aan een creatieve generatie. De leerlingen maken elke dag dingen op Snapchat en TikTok. En we hebben creatieve oplossingen nodig, om de uitdagingen van deze tijd, polarisatie, klimaatopwarming, ongelijke kansen, ik noem maar wat, aan te pakken. 

Ik hoop door ruimte voor creativiteit in te bouwen tijdens lessen, bewust en onbewust, kinderen aan te zetten om zelf dingen te maken. Dat gebeurt ook. Als ik leerlingen vraag wat ze wíllen leren, hoor ik vaak twee dingen. Ze willen alles weten over de dinosauriërs, haha, en ze willen leren hoe ze zelf dit soort animaties kunnen maken Als leerlingen willen, is er een opening!