Phoebe Bridgers is overal. Haar liedjes duiken links en rechts op, jeugdhelden willen met de jonge zangeres werken en maakte ze muziek met Better Oblivion Community Center, Boygenius, The 1975, Matt Berninger en Fiona Apple. Je ziet haar zo vaak, dat je bijna vergeet dat Bridgers slechts één album onder haar eigen naam uitbracht. Tussen alle samenwerkingen door schreef ze langzaam aan Punisher, haar tweede album, waarmee ze een grote stap in haar ontwikkeling zet. We bellen met een levendige artieste in Los Angeles, geïsoleerd in haar appartement door corona.

Foto: Olof Grind

“In sommige gesprekken voelt Punisher als mijn tweede album”, vertelt de opwerkte Bridgers aan de telefoon, terugblikkend op de samenwerkingen met Boygenius en Better Oblivion Community Center. “In andere als mijn vierde. Voor mij voelt Punisher als het vervolg op mijn debuut. Stranger In The Alps was een verzameling liedjes die ik schreef toen ik nog een kind was, deze liedjes gaan over een hele andere periode. We zitten nu in een tijd van klimaatopwarming, terwijl Donald Trump onze president is. Ik weet dat veel mensen hier over geschreven hebben, maar het is iets dat mij erg bezighoudt. Punisher is geen politiek statement geworden; ik heb geprobeerd een stem te geven aan datgene waar mensen al langere tijd mee worstelen.”

Bridgers vat haar nieuwe plaat lachend samen als ‘de apocalyps’. En die kwam door corona sneller dan ze verwachtte. “Ik leef in Los Angeles en het is hier te gék voor woorden. Maar ik heb niet geprobeerd met mijn plaat de toekomst te voorspellen, hoor.” We bellen begin april, tijdens het paasweekend. De wereld ziet er anders uit. George Floyd leeft nog en corona begint aan een flinke opmars in Amerika. “Teveel mensen nemen corona niet serieus. Lang niet genoeg mensen blijven binnen. De stranden liggen hier gewoon vol! De situatie is voor mij niet lastiger dan voor andere mensen, maar toch is het heel moeilijk.”

Lastig of niet, Bridgers blijft continu op zoek naar nieuwe, creatieve mogelijkheden. Zo speelde ze haar nieuwe single Kyoto voor de talkshow van Jimmy Kimmel. Gewoon thuis, zittend in haar badkuip. Even later kondigde ze een tournee aan. Elke dag liet ze een andere hoek van haar appartement zien. “Ik vind het heel tof om thuisoptredens te doen! Ik speel elke dag gitaar en ik probeer wat nieuwe covers uit. Tijdens quarantaine heb ik al een liedje geschreven. Dat is bijzonder, want het kost mij ongeveer een eeuwigheid om liedjes te schrijven. I See You heeft het record in handen: dat liedje schreef ik voordat mijn debuut uitkwam en heeft inmiddels een miljoen versies, waarvan er eentje nu op Punisher staat. Iedere muzikant die ik ken schrijft veel meer liedjes dan ze uitbrengen. Ik weet duidelijk nog niet hoe het werkt, voor Punisher werkte ik aan tien liedjes en die breng ik allemaal uit. Dat is het. Meer nummers heb ik niet.”

Phoebe verklapt veel over haar manier van werken, die langzaam en secuur is, om zo kwaliteit te waarborgen. “Ik schrijf mijn liedjes en daarna herschrijf ik ze weer. Na drie revisies zijn ze beter geworden. Ik stop pas als ik zélf tevreden ben. Mijn lat ligt hoog. Er waren momenten waarop ik dacht om te stoppen met het opnemen van muziek. Ik trok bijna mijn haren uit mijn hoofd, zo druk maakte ik me over de kwaliteit van de liedjes. Tijdens het schrijven denk ik niet na over anderen, maar de druk van buiten voelde ik wel. Mijn fans wachten niet op een vergissing, ze wachten geduldig op nieuw materiaal.”

Voor een langzame schrijver was Phoebe Bridgers de afgelopen jaren toch heel zichtbaar. In 2017 verscheen haar debuut, in 2018 volgde Boygenius, een samenwerking Lucy Dacus en Julien Baker. Vorig jaar was er plotseling Better Oblivion Community Service, een album met Conor Orberst van Bright Eyes. “Samenwerken forceert je om sneller te schrijven. Als je met een partner schrijft, hoor je beter hoe je het zelf doet. Samen op tournee gaan is fijn. Als een show mislukt, zijn je vrienden er voor je. Als een show goed gaat, kun je het vieren met je vrienden. Alleen muziek maken voelt alsof je nooit weet wat er gaat gebeuren. Ik heb daarom ook geen behoefte om een échte solo-plaat te maken. I like to have a ton of people around me. Dat is geen probleem in een grote stad als Los Angeles. Ik wil muziek opnemen met mijn vrienden. Forever!”

Het is daarom geen wonder dat er veel gasten op Punisher meespelen. Mike Mogis van Bright Eyes speelt trompet, Nick Zinner van Yeah Yeah Yeahs doet de gitaarpartijen en ook Conor Orberst zingt, net als op haar debuut, een couplet mee. Orberst en Bridgers hielden aan hun gezamenlijke album als Better Oblivion Community Service een warme en hechte vriendschap over. “In eerste instantie vond ik het zenuwslopend om hem te ontmoeten”, blikt Bridgers nu terug. “Ik mocht een paar concerten voor hem openen en ik was supernerveus toen ik met hem kon praten. Conor is altijd heel erg zichzelf. Dat maakt hem eigen. Conor behandelt iedereen als een gelijke en vergeet zichzelf snel. Na vier shows vroeg hij: “Wil je samen een plaat maken?” Ik dacht: nou… vooruit dan”, lacht Bridgers.

De nieuwe liedjes van Phoebe Bridgers passen bij verschillende gemoedstoestanden. Enerzijds klinken haar liedjes warm en zacht, anderzijds worden Bridgers’ teksten vaak bestempeld als verdrietig. “Ik kan niet met zoveel afstand naar mijn eigen muziek luisteren. Bright Eyes bijvoorbeeld, is erg verdrietige muziek, maar verdriet hoeft niet vervreemdend te zijn. Het kan mensen ook samenbrengen. Ik kan mij nog goed herinneren dat mensen in Londen voor het eerst meezongen met mijn liedjes. In Oslo…” Bridgers vervolgt na een binnenpretje, “speelde ik Funeral, wat een heel verdrietig liedje is, en een aantal kinderen begonnen een moshpit voor mijn neus! Dat gebeurt alleen in Oslo. Dit is precíés waarom ik muziek wil maken.”

Phoebe praat met zakelijke professionaliteit over haar eigen werk, maar met kinderlijk enthousiasme over de muziek van anderen. De zangeres houdt er een levendig online bestaan op na, waarbij ze veel contact maakt met collega’s. Bijna iedere dag wisselt ze berichtjes uit met Mike Hadreas van Perfume Genius. “Meestal sturen we memes naar elkaar. Wait, let me see.” Phoebe valt even stil als ze haar telefoon erbij pakt. “Ja, het zijn vooral memes, hier is hij groot fan van Phosphorescent, hier maakt hij mijn drummer belachelijk, maar hij reageert vooral op foto’s van honden. De laatste DM op Instagram was met Lucy Dacus. We hadden een discussie over de vraag in hoeverre we zouden willen trouwen met een man. Een specifieke man.” Phoebe begint te lachen.

Phoebe staat met twee benen in de muziekwereld en zoekt veel contact met collega-artiesten. Dit najaar zou ze eigenlijk het podium delen met grote bands als The National en The 1975, artiesten waar ze ook nauw mee samenwerkte. “Vaak begint contact met contact via het internet. The 1975 nodigde mij zo uit om samen op te nemen in hun Londense studio. We hang out like all day. De band werkt heel interessant. Ze nemen op in een appartement waar ze ook koken en heel de dag video-games aan het spelen zijn. De band is gewoon plezier aan het maken. De engineer is ook gewoon een vriend. It feels like nobody is ever gonna hear it. Je vergeet al snel dat die gasten really fucking famous zijn. Wat een compliment is.”

Ik zie Phoebe Bridgers niet, maar aan haar stem hoor je dat ze straalt, wanneer ze vertelt over andermans muziek. Of het nou gaat om liedjesschrijvers als Joni Mitchell en Waxahatchee of instrumentale tovenaars als Grouper en Brian Eno. “Muziek luisteren is er altijd geweest in mijn leven. Als je naar iets luistert kan dat je leven veranderen. Het is mijn op één na favoriete levenservaring. Het werken aan muziek is veel moeilijker. Een nummer schrijven dat andere mensen kan raken is het grootste geluk dat ik ken. Ik zou totaal liegen als ik niet zou toegeven dat ik graag een liedje zou schrijven waar iedereen van houdt.”

Dit artikel verscheen in juni bij The Daily Indie.